Tim groeit op met zijn moeder. ‘Ze was welwillend en had de beste intenties, maar door haar trauma’s had ze niet de capaciteit om mij op te voeden. Er was veel frictie thuis.’ Met zijn vader heeft Tim dan geen contact.
Er is al snel veel hulpverlening voor het gezin. ‘Helaas hielp dat niet. Daar ligt de kiem voor mijn keuze voor sociaal werk. Wat helpt nou écht, en hoe zou het beter kunnen?’
Voordat hij daarop ingaat, gaat hij eerst terug naar een bepalend moment in zijn jeugd: de dag dat hij op vijftienjarige leeftijd op aanraden van zijn jeugdbeschermer zelf de beslissing neemt om op een leefgroep te gaan wonen.
‘Deze jeugdbeschermer was eerlijk tegen me. Hij maakte zich zorgen om mij, maar mijn moeder uit de ouderlijke macht zetten zou lang gaan duren. Ik kon er vrijwillig voor kiezen om uit huis te gaan. Dat heb ik gedaan. Hij was de eerste die erkende dat er thuis een probleem was waar ik de dupe van was. Dat was voor mij belangrijk om te horen. Het ontschuldigde mij.’
18 en dakloos
Op de leefgroep werkt Tim zijn schoolachterstand weg en haalt zijn havodiploma. Maar als hij achttien is, moet hij de leefgroep verlaten. Een begeleid wonen plek of een ander vervolgtraject is er niet. ‘Daar stond ik, met mijn rugzak. Ik kon me melden bij de daklozenopvang.’
Tim slaapt bij vrienden op de bank en hopt van baantje naar baantje. ‘Dan kreeg ik van ouders te horen: onze zoon moet zich nu op school focussen, het is beter als je ergens anders een plekje vindt. Zo raakt je netwerk langzaam uitgeput.’
‘Ik had geen beroepsopleiding, dus ik moest het hebben van baantjes in de horeca, de sales en het rondbrengen van post. Van dat geld kon ik soms even in een hotel slapen. Maar iets opbouwen zonder woning, dat lukte niet.
Ik kon mijn kleren niet wassen, ik schaamde me als ik op mijn werk aankwam. Op de momenten dat ik weer uren met natte sokken buiten liep, droomde ik dat ik de wereld rondreisde. Het dagdromen hield me op de been.’
Veerkracht vinden
Dan blijkt dat de jeugdbeschermer Tim toch op de achtergrond heeft aangemeld voor een Housing First-traject. ‘Als hij dat niet had gedaan, had het heel anders kunnen lopen. Dat heeft voor mij het verschil gemaakt.’
Tim werkt hard om aan alle voorwaarden te voldoen. En dan, op zijn twintigste, is het zover. Na tweeënhalfjaar jaar dak- en thuisloos te zijn, krijgt hij een omslagwoning toegewezen, die al snel op zijn naam wordt gezet. ‘Toen was ik helemaal van de hulpverlening af.’
Tim neemt drie baantjes, spaart en maakt zijn droom waar. Hij reist drie maanden door China en later zes maanden door Zuid-Amerika. ‘Voor mij betekenden die reizen, dat je een droom kan behalen. Dat je, als je doorzet, invloed hebt op je keuzes. Dat je meer kunt dan je denkt.’
Als hij terugkomt, blijkt zijn moeder ernstig ziek. Ze overlijdt, en onbedoeld erft Tim een flinke stapel schulden.
Ondertussen heeft hij zijn vader leren kennen. ‘Ik zocht toenadering bij hem, maar dat werd anders beantwoord dan ik gehoopt had. Na een jaar pleegde hij suïcide. Ik was helemaal op mezelf aangewezen en moest veerkracht vinden zonder steun van ouders.’
Stabiel
In die tijd stelt Tim zijn woning open voor jongeren die – net als hij vroeger – geen verblijfplek hebben. ‘Terwijl ik mijn eigen leven nog niet goed op orde had, hielp ik anderen uit de brand. Ik verloor daarin mijn grenzen. Op een zeker moment sliep ik zelf in een hoekje in de woonkamer.’
Net op het moment dat hij besluit hiermee te stoppen, komt er via via een vraag of hij plek heeft voor een meisje dat gaat studeren in Amsterdam.’ Dat blijkt de liefde van zijn leven. Inmiddels zijn ze elf jaar samen.
Als Tims leven in rustiger vaarwater komt, solliciteert hij als ondersteunend begeleider bij een dak- en thuislozenopvang. ‘Ik kon dit werk pas gaan doen toen mijn eigen boot stabiel was.’
Moedersleutel
‘De eerste keer dat ik met een moedersleutel op de groep stond, besefte ik: ik sta nu aan de andere kant. Hoe behandel je mensen gelijkwaardig, terwijl je geen gelijke positie hebt? Hoe geef ik vertrouwen en kader ik tegelijkertijd in dat het niet misgaat? Daar heb ik in het begin mee geworsteld.’
Tim zet een keukengroep op en geeft bewoners daarin een grote rol. ‘Uit ervaring weet ik dat het geven van verantwoordelijkheid helpt om een gelijkwaardige relatie op te bouwen. Maar je hebt ook de veiligheid te waarborgen.’
‘Soms gaf ik een bewoner een pinpas mee om boodschappen te doen. Ik zag dat verantwoordelijkheid kracht gaf. En het vertrouwen werd nooit beschaamd.’
Zijn eigen achtergrond houdt hij lange tijd voor zichzelf. ‘Ik had de behoefte niet en voelde me niet veilig genoeg om mijn verhaal te delen.’
Ervaring delen
Na zeven jaar in een 24-uuropvang gewerkt te hebben, is Tim nu bijna vier jaar als ambulant begeleider bij perMens.
Onlangs heeft hij in zijn team zijn geschiedenis gedeeld. ‘Ik voel me veilig bij perMens, er heerst openheid. Ook zie ik dat perMens ervaringskennis echt omarmt en inzet als kracht.’
Zijn ervaringen spelen een rol in zijn werk, maar niet in de zin dat hij zijn verhaal vaak met cliënten deelt.
‘Natuurlijk zie ik raakvlakken en herken ik situaties. Maar tegelijkertijd is ieder mens en ieder leven weer anders. Alleen als het echt meerwaarde voor de ander heeft, vertel ik mijn verhaal. Dat is tot nu toe slechts één keer gebeurd.’
Keuzes zien
Wat hij in zijn werkwijze wel uit zijn ervaringen meeneemt, is het geven van vertrouwen en verantwoordelijkheid.
‘Ik zat vaak in situaties waar ik weinig invloed op had, zoals het gezin waarin ik opgroeide, de schuld die ik later erfde. Maar daarbinnen had ik altijd keuzes. Zodra ik dat zag, kon ik stap voor stap de regie over mijn eigen leven nemen.’
Die ervaring vormt de kern van zijn werkwijze. ‘Ik geloof dat ieder mens keuzes heeft. Je moet ze alleen wel zien. Daar help ik mensen bij. Vanuit gelijkwaardigheid en met vertrouwen, zodat ze de regie over hun leven weer terugkrijgen.’
Ervaringskennis, kennis opgedaan door eigen herstel, kan een waardevolle aanvulling zijn op professionele begeleiding. Het vergroot het begrip voor cliënten en versterkt de kwaliteit van zorg.
perMens hecht hier veel waarde aan en werkt aan de inzet van ervaringskennis en -deskundigheid, zowel organisatiebreed als in de dagelijkse praktijk.
Tekst: Ilse van der Mierden
Fotografie: Sandra Hoogeboom