Daar leerde hij de oude drukwerkmethode: loden letters handmatig in een zethaak plaatsen, omgekeerd, waarna de tekst werd afgedrukt. Het was precisiewerk en fysiek zwaar, maar Marius raakte verknocht aan de wereld van het drukwerk en bleef er 51 jaar werken.
In die jaren maakte hij de hele ontwikkeling van de grafische wereld mee: van handzetten naar fotozetten en uiteindelijk digitaal drukken. Hij werd dtp’er en corrector en was jarenlang verantwoordelijk voor de opmaak en tekstcorrecties van vaktijdschriften.
‘Werken op die grote Apple-computers, ontwerpen, passen en meten, zorgen dat alles er goed uitzag. Dat vond ik prachtig. Mijn hart lag echt bij het maken van tijdschriften.’
Geen geraniums
Privé trouwde hij twee keer, kreeg geen eigen kinderen, maar dat vond hij geen gemis. ‘Ik had genoeg aan mijn 28 neven en nichten, op wie ik vaak paste.; Lange tijd had Marius alles op de rit: een koophuis, een leuke baan, een goed salaris. Tot hij met pensioen ging en verhuisde naar het Flevohuis, een verzorgingstehuis voor ouderen in Amsterdam-Oost. Achter de geraniums zitten was niets voor hem.
‘Ik ben altijd een harde werker geweest. De kantjes er vanaf lopen, daar hou ik niet van.’ Daarom ging hij al snel vrijwilligerswerk doen bij de Regenboog Groep, het Leger des Heils en HVO-Querido.
Toch sloop de leegte zijn leven binnen. Af en toe waagde hij een gokje, eerst voor de lol, maar het liep uit de hand. Rekeningen bleven liggen, hij kon de huur niet meer betalen, en op zijn 72e stond hij op straat.
‘Op plekken waar ik als vrijwilliger had gewerkt, liet ik me niet zien. Te veel schaamte. Maar ik ging nog wel naar andere inloophuizen, voor een bakje koffie, een sneetje brood, soms warm eten. Ik wilde wel overleven.;
Over de tong
Marius was vooral te vinden rond het Centraal Station. ‘Soms kreeg ik een bekeuring als ik in een tramhokje sliep. Maar burgemeester Van der Laan had gezegd: geen bekeuringen meer voor buitenslapers. Krijg je er toch één, dan stuur hem maar naar mij. Dus ik heb ze allemaal bij hem in de bus gedaan. Terugkijken op die tijd doet hij liever niet. ‘Wat gebeurd is, is gebeurd. Ik kijk liever vooruit.’
Hij ging nog wel eens langs voor een kop koffie in het Flevohuis. ‘Ik wist dat ik daar flink over de tong ging bij de vrouwen. Recht in m’n gezicht durfden ze niks te zeggen.’ Hij raakte er in gesprek met Carla van het Leger des Heils. ‘We hadden het eerst over schuldhulpverlening, maar al snel vroeg ze: wil je een keer mee naar de Scheurleerweg? Alleen om te kijken. En daar was plek.’
‘In het begin wilde ik nog wel weg. Maar met een rollator op straat, dat gaat niet. Stoepje op, stoepje af en zet je hem niet vast, dan pikken ze hem mee… dus ik dacht: ik blijf gewoon hier.’
Extraatje
Van zijn gokverslaving is hij af, net als van de alcohol. ‘Vroeger was ik een aardige drinker. Een kratje bier op een avond, een whisky hier en daar. Maar ik stopte van de een op de andere dag. Alleen toen ging ik over op cola, daar was ik gek op. Uiteindelijk woog ik 115 kilo, nu ben ik 40 kilo kwijt. Nu drink ik eens in de twee maanden een klein flesje cola, gewoon als extraatje.’
Inmiddels voelt Marius zich thuis op de Scheurleerweg. Hij kookt af en toe voor medebewoners en maakt met veel plezier een wekelijkse nieuwsbrief vol interviews, recepten, puzzels en tips. ‘Zo doe ik toch nog een beetje hetzelfde werk als vroeger.’
Tekst: Ilse van der Mierden
Foto: Simone Dweelaard
Lees meer over onze woonlocatie Scheurleerweg.